CENTER FOR DISPUTE RESOLUTION

Het volgende Procedure-Reglement geldt voor alle buitengerechtelijke procedures van geschillenoplossing voor of via het “Center for Dispute Resolution” (“CEDIRES”), gevestigd te 7133 Buvrinnes (Binche), Château du Bois d’Angre, Bois d’Angre 6-8, België (www.cedires.be).  Dit Reglement is geïnspireerd door en is voor een groot deel gebaseerd op de Arbitration Rules van de VN-Commissie voor Internationaal Handelsrecht (UNCITRAL) (zoals herzien in 2010, zie www.uncitral.org).

 

 

 

 

 

 

 

eventuele wenselijkheid van de benoeming van een arbiter van een andere nationaliteit dan de nationaliteiten van de partijen.

 

5. Voorafgaande contacten tussen de benoemingsinstantie of haar leden en een partij of de partijen, met het oog op informatieverschaffing over de werking van CEDIRES, het verloop van de procedure, de praktische gang van zaken, toelichting bij het Reglement, zijn geoorloofd en doen geen afbreuk aan de strikte onafhankelijkheid en onpartijdigheid van CEDIRES en zijn leden.

 

Afdeling II.      Samenstelling van het scheidsgerecht

 

Aantal arbiters

 

Artikel 7

 

Indien partijen voorheen geen overeenkomst hebben gesloten met betrekking tot het aantal arbiters, en indien binnen 15 dagen na de ontvangst door de verweerder van de kennisgeving van arbitrage de partijen niet zijn overeengekomen dat er één arbiter zal zijn, dan zullen drie arbiters worden benoemd.  Indien de partijen overeenkomen dat er één arbiter zal zijn, benoemt de benoemingsinstantie één arbiter, tenzij indien de benoemingsinstantie, naar eigen goeddunken, de aanstelling van drie arbiters meer gepast acht, gelet op de aard en/of de complexiteit van het geschil.

 

Benoeming van arbiters (artikelen 8 tot 10)

 

Artikel 8

 

1. Het staat de benoemingsinstantie vrij een arbiter of arbiters aan te stellen die al dan niet lid – of op enige andere wijze verbonden – zijn aan CEDIRES, daarbij naar eigen goeddunken rekening houdend met de beschikbaarheid en/of specifieke competentie of specialisatie van de aan te stellen arbiter(s).  De voorzitter van het scheidsgerecht zal in ieder geval een jurist zijn (lid van een balie of niet).

 

2. De benoemingsinstantie stelt de arbiter of arbiters zo spoedig mogelijk aan.  Het staat de benoemingsinstantie vrij om al dan niet overleg te plegen met de partijen met betrekking tot de identiteit van de aan te stellen arbiters.

 

Artikel 9

 

1. Indien drie arbiters moeten worden benoemd, zal de benoemingsinstantie drie arbiters benoemen. Als het geldbedrag dat de inzet van het geschil vormt, naar eigen goeddunken van de benoemingsinstantie, gelijk aan of hoger dan 25 miljoen euro lijkt te zijn en indien beide partijen ermee instemmen elk een arbiter te benoemen, dan zal iedere partij één arbiter benoemen.  De derde arbiter wordt benoemd door de benoemingsinstantie en vervult de taak van voorzitter van het scheidsgerecht.

 

2. Indien op grond van lid 1 iedere partij een arbiter dient te benoemen en indien binnen 15 dagen na de ontvangst van de kennisgeving van een partij van de aanstelling van een arbiter, de andere partij aan eerstgenoemde partij niet heeft medegedeeld welke arbiter zij heeft benoemd, dan mag eerstgenoemde partij de benoemingsinstantie verzoeken de tweede arbiter aan te stellen.

 

Artikel 10

 

1. Voor wat betreft de toepassing van artikel 9, lid 1, wanneer drie arbiters moeten worden benoemd en er meerdere partijen zijn als eiser of als verweerder, zullen de verschillende partijen gezamenlijk, hetzij als eisers of als verweerders, een arbiter aanstellen, tenzij de partijen, met instemming van de benoemingsinstantie, een andere methode van aanstelling van de arbiters zijn overeengekomen.

 

2. Indien partijen zijn overeengekomen dat het scheidsgerecht moet worden samengesteld uit een aantal arbiters anders dan één of drie, dan worden de arbiters benoemd naar goeddunken van de benoemingsinstantie of volgens de methode waarover tussen de partijen overeenstemming bestaat en die de goedkeuring geniet van de benoemingsinstantie. Het aantal arbiters is in ieder geval oneven.

 

3. Indien om enige reden de samenstelling van het scheidsgerecht op grond van dit Reglement niet slaagt, dan zal de benoemingsinstantie het scheidsgerecht samenstellen.  De benoemingsinstantie mag in zo’n geval enige reeds verrichte benoeming ongedaan maken en zij mag vervolgens ieder van de arbiters benoemen of herbenoemen en één van hen aanstellen als voorzitter van het scheidsgerecht.

 

Informatieverschaffing door en wraking van de arbiters (artikelen 11 tot 13)

 

Artikel 11

 

Wanneer een persoon wordt benaderd in verband met zijn of haar eventuele aanstelling als arbiter, zal hij of zij alle omstandigheden mededelen die aanleiding kunnen geven tot gerechtvaardigde twijfel nopens zijn of haar onpartijdigheid of onafhankelijkheid.  Zodra een arbiter na zijn aanstelling evenals tijdens de arbitrageprocedure kennis krijgt van zulke omstandigheden, zal hij daarvan onverwijld melding maken aan de partijen en de overige arbiters, tenzij zij daarvan reeds door hem werden ingelicht.

 

Artikel 12

 

1. Elke arbiter kan worden gewraakt indien er omstandigheden bestaan die aanleiding geven tot gerechtvaardigde twijfel over zijn onpartijdigheid of onafhankelijkheid.

 

2. Een partij kan de arbiter die zij heeft aangesteld slechts wraken op gronden waarvan zij kennis heeft gekregen na de aanstelling.

 

3. Ingeval een arbiter nalaat te handelen of ingeval een arbiter in de feitelijke of juridische onmogelijkheid verkeert om zijn taken uit te oefenen, zal de procedure van artikel 13 m.b.t. wraking van een arbiter toepassing vinden.

 

Artikel 13

 

1. Een partij die voornemens is een arbiter te wraken, gaat over tot kennisgeving van wraking binnen een termijn van 15 dagen nadat zij in kennis werd gesteld van de aanstelling van de gewraakte arbiter, of binnen een termijn van 15 dagen nadat de omstandigheden vermeld in de artikelen 11 en 12 voor die partij bekend werden.

 

2. De kennisgeving van wraking wordt medegedeeld aan alle andere partijen, aan de gewraakte arbiter en aan de andere arbiters.  De kennisgeving van wraking vermeldt de redenen voor de wraking.

 

3. Wanneer een arbiter gewraakt wordt door een partij, kunnen de partijen de wraking aanvaarden.  De arbiter mag ook naar aanleiding van een kennisgeving van wraking zijn opdracht beëindigen.  Geen van beide gevallen impliceert enige aanvaarding van de redenen vervat in de kennisgeving van wraking.

 

4. Indien binnen een termijn van 15 dagen na de ontvangst van de kennisgeving van wraking, de partijen de wraking niet hebben aanvaard of de gewraakte arbiter zijn opdracht niet beëindigd heeft, dan mag de partij die de kennisgeving van wraking heeft ingediend, verzoeken dat daaraan verder gevolg wordt verleend.  In dat geval dient zij binnen een termijn van 30 dagen na de kennisgeving van wraking een verzoek te richten aan de benoemingsinstantie om daarover uitspraak te doen.

 

Vervanging van een arbiter

 

Artikel 14

 

1. Onder voorbehoud van lid 2, in ieder geval waar een arbiter moet worden vervangen in de loop van de arbitrageprocedure, wordt een plaatsvervangende arbiter benoemd of gekozen overeenkomstig de procedure van de artikelen 8 tot 11 die toepassing vond bij de aanstelling van de te vervangen arbiter.  Deze procedure geldt ook als, in het kader van de aanstelling van de te vervangen arbiter, een partij had nagelaten haar recht uit te oefenen om een arbiter aan te stellen of deel te nemen aan de aanstelling.

 

2. Indien, op verzoek van een partij, de benoemingsinstantie oordeelt dat, gelet op de uitzonderlijke omstandigheden van het geval, er aanleiding bestaat om een partij het recht te ontzeggen om een vervangende arbiter aan te stellen, dan mag de benoemingsinstantie, na de partijen en de overblijvende arbiters de gelegenheid te geven hun standpunt uiteen te zetten: (a) een vervangende arbiter aanstellen; of (b) na de sluiting van het debat, de overige arbiters toelaten om de arbitrage voort te zetten en enigerlei beslissing of uitspraak te verlenen.

 

Heropening van het debat ingeval van vervanging van een arbiter

 

Artikel 15

 

Als een arbiter wordt vervangen, wordt de procedure hervat in het stadium waarin zij zich bevond toen de vervangen arbiter heeft opgehouden zijn taken uit te oefenen, tenzij het scheidsgerecht er anders over beslist.

 

Uitsluiting van aansprakelijkheid

 

Artikel 16

 

Behalve voor kennelijk opzettelijke zware fout, doen de partijen afstand, in de ruimste mate als toegelaten overeenkomstig het toepasselijke recht, van enige aanspraak of vordering tegen de arbiters, de benoemingsinstantie, haar leden of enige persoon aangesteld door het scheidsgerecht of door de benoemingsinstantie, gebaseerd op enig handelen of nalaten of enige andere vorm van aansprakelijkheid in verband met of naar aanleiding van de arbitrage.

 

Afdeling III.         Arbitrageprocedure

 

Algemene bepalingen

 

Artikel 17

 

1. Met inachtneming van dit Reglement, kan het scheidsgerecht de arbitrage voeren op de wijze die het passend acht, op voorwaarde dat de partijen worden behandeld op voet van gelijkheid en dat iedere partij, in een gepast stadium van de procedure, een redelijke gelegenheid wordt geboden haar rechten te doen gelden en haar middelen voor te dragen.  Het scheidsgerecht zal, bij de uitoefening van zijn appreciatiebevoegdheid, de procedure derwijze voeren dat onnodige vertraging en kosten vermeden worden, en dat het geschil beslecht wordt in het kader van een proces dat eerlijk en proceseconomisch is.

 

2. Zo spoedig mogelijk na zijn samenstelling en na uitnodiging van de partijen om hun standpunt uiteen te zetten, zal het scheidsgerecht een voorlopige proceskalender opstellen.  Het scheidsgerecht organiseert in beginsel in iedere zaak een inleidingszitting waarop het verdere procedureverloop in het kader van een mondeling debat besproken en bepaald wordt, tenzij indien een partij hetzij in haar kennisgeving van arbitrage, hetzij in haar antwoord op de kennisgeving van arbitrage, hetzij in een afzonderlijk document, verzoekt dat het scheidsgerecht akte neemt van haar verklaring van verschijning, waarbij die partij haar standpunt nopens het procedureverloop uiteenzet en meer bepaald nopens de termijnen waarover zij wenst te beschikken voor de indiening van haar memorie of memories.  Indien het scheidsgerecht bestaat uit meerdere personen, bepaalt het scheidsgerecht zelf of één, meerdere of alle leden van het scheidsgerecht aanwezig zullen zijn op de inleidingszitting.  Indien het scheidsgerecht op de inleidingszitting niet voltallig is, kan er op de inleidingszitting in geen geval gepleit worden over de grond van de zaak.  Indien alle partijen op de inleidingszitting wensen te pleiten over de grond van de zaak, maken zij daarvan melding in hun kennisgeving van arbitrage respectievelijk antwoord op de kennisgeving van arbitrage.

 

 

 

 

 

3. Indien enige partij dit verzoekt tijdens een gepast stadium van de procedure, zal het scheidsgerecht één of meerdere zittingen vaststellen met het oog op getuigenverhoor,

 

Afdeling I.         Inleidende bepalingen

 

Toepassingsgebied

 

Artikel 1

 

1. Indien de partijen zijn overeengekomen dat geschillen tussen hen ten aanzien van een bepaalde rechtsband, al dan niet van contractuele aard, onderworpen zullen worden aan arbitrage volgens het CEDIRES Procedure-Reglement, dan worden zulke geschillen beslecht in overeenstemming met dit Reglement, desgevallend rekening houdend met de aanpassingen aan het Reglement waarover de partijen het eens zijn, mits goedkeuring vanwege CEDIRES.

 

2. Dit Reglement regelt de arbitrage (of andere methodes van alternatieve geschillenoplossing), behalve wanneer enige bepaling uit dit Reglement in strijd is met een wettelijke bepaling van toepassing op de arbitrage (of enige andere vorm van buitengerechtelijke geschillenoplossing) waarvan de partijen niet kunnen afwijken.  In dat geval heeft de wettelijke bepaling voorrang.

 

3. Alles wat niet door dit Reglement geregeld wordt, zal mutatis mutandis worden beheerst door de regels van het recht dat, op basis van dit Reglement, het toepasselijk recht is.

 

Kennisgeving en berekening van de termijnen

 

Artikel 2

 

1. Een bericht, met inbegrip van een kennisgeving, mededeling of voorstel, mag worden verzonden door ieder communicatiemiddel dat een bewijs of neerslag van de verzending oplevert of mogelijk maakt.  Iedere kennisgeving aan CEDIRES geschiedt op de wijze als beschreven in artikel 3, lid 2.

 

2. Indien een adres specifiek voor dit doel wordt vermeld door een partij of indien het scheidsgerecht een adres heeft toegelaten, dan wordt ieder bericht aan die partij gericht aan dat adres.  Als het bericht wordt afgeleverd op dat adres, wordt het geacht te zijn ontvangen.  Berichten verzenden via elektronische middelen zoals fax of e-mail, mag alleen naar een adres aldus vermeld of toegelaten.

 

3. Bij gebreke van een dergelijke vermelding of toelating, wordt een bericht:

 

(a) ontvangen als het fysiek wordt afgeleverd aan de geadresseerde, of

(b) geacht te zijn ontvangen indien het wordt afgeleverd op de maatschappelijke zetel, de woonplaats of het postadres van de geadresseerde.

 

4. Indien, na een redelijke inspanning, de aflevering van een bericht niet kan plaatsvinden overeenkomstig lid 2 of 3, dan wordt een bericht geacht te zijn ontvangen indien het wordt gericht aan de laatst bekende maatschappelijke zetel, woonplaats of het laatst bekende postadres, per aangetekende brief of via enig ander communicatiemiddel dat een bewijs of neerslag van de (poging tot) verzending oplevert.

 

5. Een bericht wordt geacht te zijn ontvangen op de dag waarop het wordt afgeleverd overeenkomstig lid 2, 3 of 4, of de beoogde aflevering overeenkomstig lid 4.  Een bericht verstuurd via elektronische middelen wordt geacht te zijn ontvangen op de dag waarop het wordt verzonden, behalve dat een aldus verzonden kennisgeving van arbitrage, slechts geacht wordt te zijn ontvangen op de dag waarop zij het elektronisch adres van de geadresseerde bereikt.

 

6. Voor wat betreft de berekening van een termijn met toepassing van dit Reglement, begint een termijn te lopen op de dag volgend op de dag waarop een bericht werd ontvangen.  Indien de laatste dag van een termijn een wettelijke feestdag is op de plaats waar de geadresseerde zijn maatschappelijke zetel of zijn woonplaats heeft, of een zaterdag of zondag, dan wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.  Wettelijke feestdagen (of zaterdagen of zondagen) die vallen tijdens het verloop van de termijn, worden meegerekend bij de berekening van de termijn.

 

Kennisgeving van arbitrage

 

Artikel 3

 

1. De partij (of partijen) die het initiatief neemt een beroep te doen op arbitrage (hierna de “eiser”) deelt aan de andere partij of partijen (hierna de “verweerder”), evenals en tegelijkertijd aan de benoemingsinstantie, een kennisgeving van arbitrage mede.

 

2. De mededeling aan de benoemingsinstantie dient te geschieden (i) per e-mail gericht aan info@cedires.be, en daarenboven (ii) bij gewone brief of afgifte ter plaatse op het adres: Center for Dispute Resolution, Château du Bois d’Angre, Bois d’Angre 8, 7133 Buvrinnes, of door afgifte in handen van de Voorzitter van voormelde benoemingsinstantie, of in handen van de door hem aangewezen persoon.

 

3. Deze kennisgeving mag betiteld worden als “kennisgeving van arbitrage”, “akte van opdracht”, “memorie”, “verzoekschrift tot arbitrage”, of enige andere benaming of vormgeving waaruit blijkt of kan worden afgeleid dat het document erop gericht is een arbitrageprocedure aan te vatten.  Dit document moet ondertekend zijn door de partij zelf of door de houder van een bijzondere volmacht.

 

4. De arbitrageprocedure wordt geacht aan te vangen op de datum waarop de kennisgeving van arbitrage werd ontvangen door de verweerder en de benoemingsinstantie.

 

5. De kennisgeving van arbitrage bevat het volgende:

 

(a) Een verzoek om het geschil te onderwerpen aan arbitrage;

(b) De namen en contactgegevens van de partijen;

(c) Vermelding van de arbitrageovereenkomst die wordt ingeroepen;

(d) Vermelding van het contract of enig ander juridisch instrument op basis waarvan of in verband waarmee het geschil voortvloeit of, bij ontstentenis van een dergelijk contract of instrument, een korte beschrijving van de beoogde rechtsverhouding;

(e) Een beknopte omschrijving van het geschil en desgevallend een begroting van het bedrag waarop het betrekking heeft, indien van toepassing;

(f) Het voorwerp van de vordering;

(g) Een verzoek tot samenstelling van het scheidsgerecht gericht aan de Voorzitter van het Center for Dispute Resolution, een voorstel met betrekking tot het aantal arbiters, de taal en de plaats van arbitrage, indien de partijen daarover voorheen niets zijn overeengekomen;

(h) De opmerkingen van de eiser over de instaatstelling van de zaak.

 

6. De samenstelling van het scheidsgerecht wordt niet verhinderd door enige betwisting met betrekking tot de toereikendheid van de kennisgeving van arbitrage.  Zulke betwisting wordt finaal beslecht door het scheidsgerecht.

 

Antwoord op de kennisgeving van arbitrage

 

Artikel 4

 

1. Binnen 30 dagen na ontvangst van de kennisgeving van arbitrage, deelt de verweerder aan de eiser een antwoord op de kennisgeving van arbitrage mede, waarin wordt opgenomen:

 

(a) De naam en contactgegevens van elke verweerder;

(b) Een antwoord op de gegevens vervat in de kennisgeving van arbitrage, overeenkomstig artikel 3, lid 3 (c) tot (g);

(c) De opmerkingen van de verweerder over de instaatstelling van de zaak.

 

2. Het antwoord op de kennisgeving van arbitrage mag eveneens bevatten:

 

(a) Een exceptie van onbevoegdheid met betrekking tot het scheidsgerecht dat zal worden samengesteld op basis van onderhavig Reglement;

(b) Een beknopte omschrijving van eventuele tegenvorderingen of vorderingen strekkende tot schuldvergelijking, en indien zulks aan de orde is, een begroting van de betrokken bedragen evenals van het voorwerp van zulke tegenvorderingen;

(c) Een kennisgeving van arbitrage overeenkomstig artikel 3 ingeval de verweerder een vordering instelt tegen een partij bij de arbitrageovereenkomst die niet de eiser is.

 

3. De samenstelling van het scheidsgerecht wordt niet verhinderd door enige betwisting met betrekking tot het nalaten van de verweerder om een antwoord op de kennisgeving van arbitrage mede te delen, of een onvolledig of laattijdig antwoord mede te delen.  Zulke betwisting wordt finaal beslecht door het scheidsgerecht.

 

Vertegenwoordiging en bijstand

 

Artikel 5

 

1. Elke partij kan zich, mits inachtname van lid 2, laten vertegenwoordigen of bijstaan door personen door haar gekozen.  De namen en adressen van deze personen moeten worden meegedeeld aan alle partijen en aan het scheidsgerecht.  Deze mededeling moet vermelden of de aanstelling geschiedt met het oog op vertegenwoordiging of bijstand.  Wanneer een persoon wordt aangesteld als vertegenwoordiger van een partij, mag het scheidsgerecht, op eigen initiatief of op verzoek van een partij, te allen tijde vereisen dat een bewijs van vertegenwoordigingsbevoegdheid wordt voorgelegd, in de vorm zoals het scheidsgerecht vermag te bepalen.

 

2. Iedere partij heeft het recht zich te doen bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat, dan wel door een lasthebber die daartoe specifiek en schriftelijk is gemachtigd en door het scheidsgerecht is toegelaten.  Krachtens artikel 1694, lid 4 van het Gerechtelijk Wetboek, mogen partijen door zaakwaarnemers noch vertegenwoordigd, noch bijgestaan worden.

 

Benoemingsinstantie

 

Artikel 6

 

1. De benoemingsinstantie is de VZW CENTER FOR DISPUTE RESOLUTION (CEDIRES), gevestigd te 7133 Buvrinnes (Binche), Château du Bois d’Angre, Bois d’Angre 6-8, België.

 

2. Bij de uitoefening van haar taken ingevolge dit Reglement, kan de benoemingsinstantie aan een partij en aan de arbiters de informatie vragen die zij nodig acht.  Zij verschaft de partijen – en wanneer daartoe aanleiding bestaat, de arbiters – de gelegenheid hun standpunten uiteen te zetten op de wijze die zij passend achten.  Al dergelijke mededelingen aan en van de benoemingsinstantie worden door de verzender tevens aan alle andere partijen gericht.

 

3. Wanneer de benoemingsinstantie wordt verzocht een arbiter aan te stellen op basis van dit Reglement, verzendt de partij die het verzoek formuleert aan de benoemingsinstantie – op de wijze zoals beschreven in art. 3, lid 2 – een kopie van de kennisgeving van arbitrage alsook, als dit bestaat, van enig antwoord op de kennisgeving van arbitrage.

 

4. De benoemingsinstantie houdt rekening met overwegingen die kunnen bijdragen tot de aanstelling van een onafhankelijk en onpartijdig scheidsgerecht en houdt naar eigen goeddunken rekening met de

.

CEDIRES

 Center for Dispute Resolution